Wat heb je nou eigenlijk echt nodig?

Op het feest van een dierbare vriendin kwam ik te zitten naast Erik. Ik geloof dat hij Erik heette. Hij vertelde over zijn vriendin die verloskundige is en was opgeroepen. Nee, ze had geen dienst, zo ging dat niet in haar praktijk. Iedere verloskundige had haar eigen ‘zwangeren’, en als deze gaan bevallen, dan moest je dus aan het werk. En dat was nu het geval. Ver weg. Dus ze was weg met de auto. Dit vertelde Erik omdat ik hem vragen stelde. Hij was er zelf heel luchtig over. Dus, concludeerde ik, kun jij nu niet naar huis (het feest was ergens tussen de weilanden, de dichtstbijzijnde bushalte 2 kilometer verderop, en het liep al tegen de tijd dat openbaar vervoer niet meer rijdt).

Nee, zei hij rustig. Maar hij kon waarschijnlijk bij iemand blijven slapen vannacht. En als dat niet zo was, dan was dat ook geen probleem.

Nu kwam hij los. Zonder dat ik nog vragen stelde.

“Ik kan altijd wel ergens slapen. Desnoods bel ik ergens aan en vraag het. Kan ik hier vannacht slapen?

Ik was laatst met een vriend op pad. Voor we weggingen zei hij: moet jij je flesje water nog bijvullen? Ik was zo verbaasd”, vertelt Erik. “Waarom zou je dat doen? Als ik geen water meer heb, dan kan ik het altijd wel ergens bijvullen. Desnoods bel ik ergens aan en vraag het. Mag ik mijn flesje water vullen? Het mag altijd! En ik heb meteen een leuk gesprek. Of ik moet naar de wc. Ik bel aan en vraag of ik even naar de wc mag.

Toen ik met de vriend met de camper ergens aankwam, toen haalde hij twee stoeltjes tevoorschijn en zette deze neer”, vertelt Erik op verbaasde toon. “En een tafel! Waarom? Waarom heb je dat nodig?

We denken allemaal dat we alles zelf moeten hebben. Maar dat is onzin. Je kunt het altijd ergens lenen. Als ik geen kurkentrekker heb, dan vraag ik het aan de mensen naast me. En ik heb meteen ook contact.

Waarom moeten we alles zelf hebben? En meeslepen?”

Terwijl hij vertelde gingen de beelden door mijn hoofd van mezelf lijstjes makend van wat mee te nemen als we een weekendje weg gaan. Eindeloos bezig met bedenken wat nodig zou zijn om bij me te hebben in het geval dat…. En tevreden als inderdaad juist dát gebeurt, men vragend om zich heen kijkt… en voila, ik tover het uit de tas.

Ook dacht ik aan manlief die op het laatste moment voor vertrek een paar vesten in een grote tas gooit en klaar is om weg te gaan. En dan geen tandenborstel of schone onderbroek bij zich heeft. En daar vrolijk bij blijft, want wat geeft het? Een tandenborstel kun je overal kopen voor een habbekrats en die onderbroek kun je vast nog wel een dag aan.

Die vrolijkheid, dat vertrouwen, dat zou ik ook willen.

Ik luisterde naar Erik en ik voelde het gewicht van mijn schouders glijden. Zo ga ik het voortaan doen. Zo in het leven staan. Alles is er al. Misschien  niet bij jou of bij mij, maar wel vlakbij. Een vraag verwijderd.

En wat is er nou echt nodig om het naar je zin te hebben? Misschien is dat het hebben van een goed humeur, een onbezorgde geest. Openstaan voor wat er op dat moment is. In plaats van in gedachten bezig zijn met of alle spullen er zijn.