Opvoeden met boeken en verhalen

Dit artikel, geschreven door Marilse Eerkens, verscheen in de J/M van december 2008. Zij heeft Desiree Orij geïnterviewd over de therapeutische waarde van verhalen voor kinderen: helpende verhalen (aan het einde van dit artikel)

Opvoeden met boeken en verhalen

Jantje zag eens pruimen hangen,
O! als eieren zo groot.
‘t Scheen, dat Jantje wou gaan plukken,
Schoon zijn vader ‘t hem verbood.
(…)

In dit gedicht van Hieronymus van Alphen besluit Jantje na enige aarzeling toch maar te doen wat vader hem heeft gezegd – ‘zou ik, om een hand vol pruimen, ongehoorzaam wezen? Neen!’ Als beloning schudt vader – die de afwegingen van zijn zoon op een afstand heeft gade geslagen – aan de boom en mag Jantje de gevallen pruimen oprapen.
Als je het hebt over opvoeden met verhalen of rijmpjes, dan is dit gedicht uit 1779 – dat destijds als zeer verlicht werd beschouwd – wel het ultieme voorbeeld. En tegelijkertijd is het het ultieme voorbeeld van hoe de meeste van ons vinden dat het níet moet. Waarom? Volgens de Tilburgse hoogleraar kinder- en jeugdliteratuur Helma van Lierop, zijn veel van de kinderboekenschrijvers die nu gewaardeerd worden door ouders en critici, wars van iedere vorm van moralisme. De schrijvers nemen kinderen heel serieus. Ze stellen juist bepaalde levensvragen aan de orde en voelen zich niet verplicht met pasklare antwoorden te komen – die moeten de kinderen, in tegenstelling tot bij Hieronymus van Alphen, zelf maar bedenken. Betekent dit dat de kinderboeken die wij vandaag de dag waarderen, geen pedagogische functie meer hebben? Nee, het werkt alleen anders.
Levenservaring opdoen
De Vlaamse kinderboekenschrijfster Anne Provoost schrijft in haar essay ‘En dan nu het slechte nieuws’ dat goede kinderboeken de ideale plek zijn om kinderen te laten experimenteren met dingen uit het leven die wij als volwassenen over het algemeen bij ze weg houden. We zijn volgens haar geneigd om kinderen alleen een selectie te bieden uit het leven. Dus wel de hoop, de troost en het geloof in groei en vooruitgang – zoals bij Disney zeg maar – maar niet de vertwijfeling, de verbijstering, de verwardheid, de uitzichtloosheid en de troosteloosheid. In het dagelijks leven is dat begrijpelijk – kinderen hebben behoefte aan duidelijkheid en hoop – maar juist in de literatuur kun je ze iets bieden dat een stapje verder gaat. En daarmee bereidt je ze veel beter voor op het leven. Je leert ze dat niet alles met een toverstok op te lossen is. Dat het leven niet maakbaar is en dat mislukking geen zwakte is. Provoost: “De wereld zou er heel anders hebben uitgezien als Bush jr. als kind wat minder Disney had gelezen, en wat meer boeken die hem vertwijfeld achterlieten, zonder goed zicht op de goeden en de kwaden en zonder een makkelijk samen te vatten boodschap van de schrijver.”
Volgens Helma van Lierop zegt de kinderboekenschrijfster Miep Diekman iets vergelijkbaars. Zij probeert kinderen met haar boeken twee dingen te leren: leef kritisch en lees kritisch. Dat kritisch leven kun je leren door je te verplaatsten in een ander en dat is iets wat goed kan door te lezen. In een goed kinderboek kun je iets meemaken dat je flink raakt zonder dat het té dicht bij komt. Die ervaring wordt versterkt door je zelf bewust of onbewust vragen te stellen als: ‘hoe zou ik deze situatie oplossen?’of ‘hoe zou ik me voelen?’. (In Amerika wordt deze functie van lezen overigens allang onderkend op sommige medische faculteiten. Daar moeten medische studenten verplicht literatuur lezen – Tolstoy, Virginia Woolf – om zich beter te leren verplaatsten in hun patiënten. )
Bibliotherapeutische verhalen
Een goed kinderboek geeft kinderen dus stof om na te denken, om op door te kauwen of iets heel anders te beleven dan ze normaal gesproken zouden doen. Het grappige is dat juist dit soort goede boeken vaak niet bewust met een opvoedkundig doel geschreven is. Daarnaast bestaat een genre kinderboeken dat wél heel bewust met zo’n doel geschreven is. Het probeert kinderen een steuntje in de rug te bieden bij veel voorkomende problemen zoals de jaloezie bij het krijgen van een broertje of zusje, de spanning die komt kijken als je voor het eerst naar de kleuterschool gaat of naar de brugklas, pesten etc. Wat kunnen dit soort boeken betekenen voor kinderen? Judith Eiselin is kinderboekenschrijfster en voormalig kinderboekenrecensent van de NRC. Zij gelooft best dat dit soort boeken kinderen in sommige gevallen kunnen helpen, maar is er over het algemeen niet zo’n voorstander van. ‘Je moet oppassen dat dit soort verhalen geen problemen gaan maken waar ze niet zijn. Mijn 10-jarige dochter heeft bijvoorbeeld zo’n boek gelezen over de brugklas en staat nu al strak van de spanning over wat haar allemaal te wachten staat. Bij haar werkt het dus averechts. Maar wat ik ook zo jammer vindt van dit soort realistische probleemboeken, is dat ze het mysterie van zo veel dingen afhalen -of het nou om de mythe van Sinterklaas gaat – ‘het is ook maar een gewone man die af en toe ene pet draagt’ – of om de eerste menstruatie die zich aandient.’ Er wordt niets meer in het midden gelaten.” Verder wijst Eiselin er op dat veel boeken die niet met zo’n ‘bibliotherapeutisch’ doel zijn geschreven, een kind ook heel goed kunnen steunen. Zo is Hermelien uit de Harry Potterboeken volgens haar bij uitstek een steun voor de ‘meisjes-nerds’.
Hoogleraar kinder- en jeugdliteratuur Helma van Lierop, begrijpt de kritiek maar benadrukt dat het toch wel belangrijk is dat er boeken met heel duidelijk herkenbare thema’s blijven bestaan, ook al laten ze weinig aan de verbeeldingskracht van kinderen over. De heldere structuur en de thema’s maken de boeken namelijk heel behapbaar en kunnen het enthousiasme voor het lezen aanwakkeren. De kans dat kinderen later een boek pakken dat iets minder voorspelbaar is, is dan groter.
Helpende verhalen
Een heel ander genre verhalen die kinderen tot steun in de rug kunnen zijn, zijn de zogenaamde helpende verhalen. Dit zijn verhalen die op maat worden geschreven om te helpen bepaalde ‘blokkerende overtuigingen’ te vervangen voor een meer ‘helpende overtuiging’. Dat klinkt heel therapeutisch en dat is het ook, maar het is wel zo dat alle kinderen er baat bij kunnen hebben. Desirée Orij is kinder- en jeugdtherapeut en schrijft dit soort helpende verhalen weleens voor de kinderen die zij behandelt – al moedigt ze ouders steeds vaker aan om ze zelf te maken. Anders dan bij de boeken die geschreven zijn om kinderen een oplossing te bieden voor een probleem – ‘mama heeft nu minder tijd voor je want je hebt een babybroertje gekregen maar als die straks in bed ligt mag je wél bij haar op schoot’ – proberen de helpende verhalen kinderen een ander inzicht te verschaffen.

Orij: ‘Kinderen kunnen zich zelf wel eens in de weg zitten omdat ze er – vaak onbewust – stellig van overtuigd zijn dat ze bijvoorbeeld iets “toch wel nooit zullen leren” of dat ze het altijd helemaal zelf moeten opknappen. Die gedachte kun je via een verhaal omzetten in een ander inzicht zoals “er is altijd hulp voor mij”, “ik ben welkom”, “ik word elke dag sterker en groter”. Zo’n overtuiging breng je door een verhaal te schrijven, waarin de hoofdpersoon, meestal een dier, lijkt op het kind waar je het voor schrijft. Het heeft bijvoorbeeld dezelfde hobby’s, leeft in een vergelijkbare gezinssituatie en kampt ook met hetzelfde probleem- niet letterlijk, maar wel heel vergelijkbaar. Dit moet subtiel gebeuren – het idee is namelijk dat het kind niet direct door heeft dat het over hem gaat. In het verhaal laat je iets gebeuren. Dus is je kind bang voor om naar een nieuw clubje te gaan, dan schrijf je bijvoorbeeld iets over een haas die bang is om naar het verjaardagsfeest van de mol te gaan omdat hij denkt dat iedereen hem vast wel gek zal vinden – de blokkerende overtuiging. Vervolgens gebeurt er iets op het feest. De haas merkt bijvoorbeeld dat de andere dieren hem heel serieus nemen omdat hij iets bijzonders kan – de helpende overtuiging.
Volgens Desirée Orij werken de hersenen zo dat als je je echt inleeft in een verhaal – en zeker kinderen tot een jaar of negen kunnen dat nog heel goed – je het gevoel hebt dat je het echt hebt meegemaakt. De positieve helpende gedachte krijgt op die manier goed de kans om te wortelen in je hoofd.
Tot slot wijst Orij nog op twee vee voorkomend valkuilen: ‘Zeg vooral niet dat het verhaal speciaal voor je kind is geschreven. Laat het er gewoon lekker bij wegdromen zodat het de boodschap onbewust kan oppikken. Realiseer je verder dat de verhalen niet bedoeld zijn om je kind zover te krijgen dat het bepaald gedrag gaat vertonen. Ze zijn er echt alleen om de mogelijkheden van je kind te verruimen door ze nieuwe helpende overtuigingen aan te bieden.’