Hou van jezelf, het ontmaskeren van mijn zelfhaat

Hou van jezelf, dat is een bekend advies. En oppervlakkig dacht ik dan: natuurlijk hou ik van mezelf.

Ik kan het heel goed met mezelf vinden: ik ben graag alleen, verzorg mezelf goed en luister steeds beter naar wat ik nodig heb.

Maar ik kwam er onlangs achter dat ik er ook een vorm van zelfhaat op na hou.

Nu is ‘zelfhaat’ een groot woord. En het klopt ook niet helemaal: ik haat mezelf niet. Nu ik er bij stil sta, realiseer ik me dat het eigenlijk meer te maken heeft met schaamte. Ik irriteer me aan bepaalde dingen van mezelf omdat ik zo niet wil zijn. Maar ik ben wel zo. Ik schaam me daar voor en dat uit zich in irritatie.

 

Bijvoorbeeld:

Als ik hoor of lees over vrouwen van middelbare leeftijd die coach zijn, dan voel ik irritatie. Ik heb het gevoel dat zo’n beetje iedere vrouw tussen de 35 en 55 jaar coach is tegenwoordig. Hoe afgezaagd. Ik wil dan geen coach (meer) zijn. Want ik wil niet zijn zoals ‘iedereen’. Ik wil anders zijn, uniek, en bijzonder. (Tussen twee haakjes: over dat persé anders willen zijn, gaan we het ook nog hebben.)

Als ik zo denk dan kijk ik naar mezelf van buitenaf en heb daar een oordeel over.

Kijk ik van binnenuit, vanuit mezelf, dan ziet het er anders uit. De ervaring leert me dat ik het heel leuk om iemand te coachen. Ik geniet ervan en mijn clienten voelen zich geholpen. Bovendien doe ik het als werk.

Ik ben dus een coach. Punt. Net zoals zovelen.

Wen er maar aan, zeg ik tegen mezelf.

 

Een ander voorbeeld:

Als ik hoor of lees over vrouwen die leven van het geld dat hun man verdient en zelf parttime een ‘leuke werkzaamheid’ erbij doen, dan vind ik dat stom. “Zorg voor jezelf”, denk ik dan. “Wees financieel zelfstandig”. Ik wil daar niet bij horen, bij dat gefröbel, dat gehobby en dat verwende idee van ‘ik wil alleen maar iets doen als ik dat heel leuk vind’. (Over oordelen gesproken.)

Maar ik doe dus precies hetzelfde! Ik leef voornamelijk van het inkomen van mijn partner.

Ik ben globaal bekeken in mijn leven of uitgeput (CVS) of aan het studeren en de weinige perioden in mijn leven dat ik betaald werk deed was dat parttime. De laatste jaren heb ik nog het meeste uren gewerkt. En ook verdiend, maar ook dat was niet echt veel. Alhoewel.. ik vond het inkomen niet veel ten opzichte van de uren die ik maakte, de intensiteit van het werk en de verantwoordelijkheid. Maar ik hield het werk niet vol: ik kreeg longontsteking die uitmondde in chronische vermoeidheid.

En daar lag ik weer op de bank mezelf te bestuderen: wat heb ik, wat doe ik verkeerd? Hoe word ik weer energiek en hoe kan ik zo werken dat ik niet instort?

Nu ik weer energie heb, doe ik rustig aan omdat ik niet weer wil instorten.

Bah, juist dat soort vrouw waar ik zo’n weerstand tegen heb, de verwende, gevoelige, kwetsbare vrouw die op zoek is naar zichzelf, dat ben ik zelf nu.

 

Dat is dus wat ik mijn zelfhaat noem.

Ik ben zo’n vrouw. Leef er maar mee, zeg ik tegen mezelf. Deal with it.

Ik ben gevoelig voor ‘instorten’ en ik heb de luxe dat ik samenleef met een partner die genoeg verdient voor ons tweeën.

Ik heb de luxe dat ik op zoek kan gaan naar wie ik ben en hoe ik zo kan leven en werken dat ik niet instort.

Ik ben iemand die goed kan coachen en dat graag doet. Accepteer dat maar. Sterker nog: leer van die kanten van jezelf te houden.

Hou van gevoelige vrouwen die op zelfonderzoek zijn en coachen en die financieel afhankelijk zijn. Oei! Dat is wel veel gevraagd.

En toch zou ik dan pas van mezelf houden. Me niet meer schamen. Niet meer mezelf verdedigen, eromheen draaien, op zoek gaan naar een identiteit die beter past bij waar ik trots op kan zijn.

 

Mezelf mogen zijn is dus:

accepteren dat ik financieel afhankelijk ben,

accepteren dat ik ervan hou mensen te coachen,

accepteren dat ik veel dingen gemeen heb met veel andere mensen, dus niet zo uniek en bijzonder ben als ik graag zou geloven,

accepteren dat ik veel slaap en rust nodig heb.

Dit zijn de dingen die al zo zijn.

 

Als ik nog een stapje verder ga zijn er ook de dingen die ik eigenlijk graag zou willen, en waaraan ik nog niet helemaal toegeef.

Want: ik wil me niet aanstellen, ik wil niet verwend overkomen (hoezo is het trouwens verwend om zo te leven als het beste bij je/mij past?).

Oké, voor de draad ermee: welke verlangens zijn dat?

 

Nou, als ik me niet bezig hou met wat zogenaamd kan, mag, realistisch is, kortom alle oordelen weglaat, dan zijn er deze verlangens in mij:

Ik wil graag een huisje buiten: ik bedoel dan, met rondom natuur, weilanden, slootjes, dieren, luchten, uitzicht, bomen.

Met een eigen stukje grond waar ik een moestuin heb, en een kasje, en een composthoop. Waar ik dieren kan hebben, zoals een kat, een hond, kippen. Waar bloemen bloeien en fruitbomen staan. Wat grenst aan een slootje met schoon water. Waar ik een eigen plek heb, met uitzicht op groen en lucht, waar ik ongestoord kan schrijven, denken, tekenen, werken.

Waar een gastenverblijf buiten is, waar gasten welkom zijn. Zo hebben ze een eigen plek en zijn niet steeds in mijn huis. En nu ik toch bezig ben: liefst wil ik een eigen bron, een put in de tuin.

 

Tot zover mijn leefomgeving.

 

En ik zou willen schrijven. Toch wel. Echt wel.

Over de dingen waar ik nu over schrijf: zielenroerselen (ja, zo’n vrouw ben ik dus ook).

Hoe te leven. Hoe de chronische vermoeidheid te overwinnen. Hoe te leven (en ook te werken) vanuit jezelf, je eigen kracht en kwaliteiten en verlangens. Precies wat ik nu zelf aan het ontdekken ben dus.

 

En als ik echt van mezelf zou houden, en me dus nergens meer voor zou schamen, zou ik dat eerlijk en openhartig beschrijven.

 

Dus zeg ik tegen mezelf: kom voor jezelf op. Ga eindelijk zo leven als jij het liefste wilt. Schaam je niet voor je verlangens. Het is niet verwend of prinsessig om zo te leven als jij het liefste wilt.

 

Wat me (natuurlijk) nog tegenhoudt is: wie gaat dat betalen? Dat huisje buiten?

Nou, laat dat ook maar los. Misschien kan ik al met iets starten, en binnen mijn mogelijkheden nu gaan leven zoals ik het liefste wil en daar vrijuit van genieten en open over zijn.

 

Waar kan ik nu al mee beginnen?

Met acceptatie! Ik kan beginnen met het accepteren, of liever nog het houden van al mijn kanten, behoeftes, gevoeligheden, trekjes. Zoals ik van mijn eigen kind zou houden, of van een lieve vriendin, of van een vertederende maar op gezette tijden ook tureluurs makende pup. Ten slotte hou ik vaak het meest van de zogenaamde ‘zwakheden’ bij anderen, de menselijke trekjes. Die maken de ander vertederend, uniek, a pain in the ass, eigen.

 

Ik kan ook gewoon beginnen met schrijven. Ik ga dus gestaag verder met het schrijven van dit blog.

En verder met nog uitgebreider genieten van ons plekje in Friesland, met de moestuin.

Met het nemen van een hond.

Ha!

 

Start living the best life for me.