Een simpel leven

Ik ben in mijn 49 jarige leven al 4 keer ingestort. Zo noem ik de periodes waarin ik, vaak van de ene dag op de andere, immens moe was. Zo moe dat ik nauwelijks de trap op kon lopen, mijn hoofd niet lang rechtop kon tillen, geen radio kon verdragen en het uitputtingszweet me uitbrak als ik een telefoongesprek voerde. En die periodes duurden van een half jaar (de eerste keer) tot 7 jaar (de derde keer). Bij elkaar heb ik zo’n 10 jaar van mijn leven doorgebracht op de bank of in bed, wachtend tot de tijd voorbij ging, niet wetend of en wanneer ik weer energie zou hebben en wat ik moest doen om daarvoor te zorgen.

Ruim twee jaar geleden was de 4e keer. Na een periode van hard werken werd ik ziek en bleek niet op te knappen. Ik bleef intens moe. Steeds gebeurde de instortingen na een drukke periode: de eerste keer was ik 21 jaar en was mijn zoontje, waar ik alleen voor zorgde een half jaar. Op het moment dat mijn partner een langdurende en intensieve klus had afgerond, was ik op. Blijkbaar had ik onbewust gewacht tot iemand de zorg voor onze baby kon overnemen.

Nou ja, het geeft te denken. Wat maakt dat ik steeds instort? En vooral hoe kan ik dat in de toekomst voorkomen? Want ik wil dat absoluut niet meer. Echt niet.

Dacht ik eerst dat de uitputtingen ontstonden door een biologische of fysieke oorzaak, die ik kon voorkomen door het slikken van supplementen en het laten staan van bepaalde voedingsmiddelen, nu bleek dat dat dus geen afdoende remedie was: weer was ik gevloerd.

Mijn man zei weleens: het gaat niet om wat je doet, maar hoe je het doet. Dus probeerde ik de manier waarop ik dingen doe te veranderen. Ik probeerde rustiger te zijn, ik probeerde om niet van alles te doen, maar me te richten op één ding. Wat ik vervolgens niet volhield. Ik probeerde mezelf te veranderen, want blijkbaar ‘deed ik het niet goed’.

 

Een vriendin zei me: “je kunt niet altijd alles aan jezelf veranderen. Het koekje is nu eenmaal zo gebakken.”

Ik realiseerde me dat ik steeds geneigd was te kijken naar wat ik beter kon doen, kon veranderen, kon perfectioneren. Dus ik dacht aan een ideaalbeeld: zo zou ik moeten zijn en probeerde daar aan te voldoen.

 

De laatste tijd doe ik het andersom. Ik ga uit van ‘hoe ik ben’, wat ik nodig heb om me goed te voelen, hoe en waar en met wie ik het beste functioneer. En probeer daar aan te voldoen. Dus het leven ‘buiten mezelf’ zou idealiter moeten passen bij hoe mijn lichaam en geest het beste functioneert.

 

Dat is een ontdekkingstocht, omdat ik me nooit zo bezig hield met hoe iets voor mij voelde en wat voor mij het allerprettigst zou zijn. Want dat voelde als ‘prinsessengedrag’ en ook een beetje als aanstellerij. “Je kunt nu eenmaal niet alles hebben” kwam vaak in me op (mijn strenge Ik).

Wat hielp was dat mijn man merkte dat het me heel goed deed. En me duidelijk maakte (nadat ik mijn moed bij elkaar had geraapt en verteld hoe moeilijk ik het vond om ‘niets bij te dragen’) dat hij het goed vond als ik de tijd nam om te herstellen en om me goed te voelen. Hij zei dat ik me geen zorgen hoefde te maken dat hij misschien zou vinden dat ik ‘niks deed’. (Het opschrijven raakt al wat bij me, dus daar zit nog wel een streng stemmetje).

Ik merkte zelf echter ook dat ik vrolijker was dan ooit tevoren, dat ik meer ruimte had voor anderen, toleranter was en dat ik er beter uitzag. Ik ga dus dapper voort op deze weg.

 

Wat ik nog steeds moeilijk vind, is om me niet te vergelijken met de norm van hard werken, 7 uur opstaan, geld verdienen, nuttig zijn. En om het gevoel me te moeten verantwoorden van me af te zetten.

Bij wie zou ik me eigenlijk moeten verantwoorden? Alleen bij mijn man en bij mezelf, toch? Bij mijn man omdat het geld verdienen voor ons levensonderhoud nu alleen bij hem ligt. Al verdien ik inmiddels weer wat, maar dat is wisselend en onzeker.

Ik denk weleens dat ik minder last zou hebben van een schuld- of schaamtegevoel (ja, wat is het eigenlijk?) als ik de loterij zou hebben gewonnen of een flinke erfenis had gekregen. Dan had ik zelf kunnen zorgen voor mijn levensonderhoud.

 

Door dit te schrijven, komt het gevoel op: een drukkend gevoel in mijn borst dat optrekt naar mijn keel. Ik was het een tijd kwijt, maar heb het nu blijkbaar opgeroepen. Het monster, de demon…

 

Op mijn boekenplankje ligt: Bevrijd je demonen, van Tsultrim Allione. Daar zal ik binnenkort weer mee aan de slag gaan..

 

Zodat ik kan genieten van het simpele leven dat precies bij mij past, zonder schuld- of schaamtegevoel, zonder me te hoeven verantwoorden. Dus er valt toch nog wat te veranderen aan mezelf. Hmm…